Plantinstructies 

Voor je gaat planten

Voordat je gaat planten is het raadzaam om te zorgen dat de grond vrij is van onkruid. Je kunt ervoor kiezen om de grond om te spitten of de bovenste laag grond af te voeren en te vervangen door verse zwarte grond wanneer het onkruid met zijn wortels diep de grond in gaat. Zorg dat je de grond goed los maakt tot minimaal 50 cm. Het is belangrijk voor de planten dat zij in een luchtige bodem worden geplaatst, zodat de grond niet doordrenkt raakt met water en er ruimte is voor zuurstof. Wanneer de grond los en luchtig is gemaakt is het belangrijk dat je ook nog zorgt dat er voldoende voeding in zit voor de planten, dit kun je doen door organisch materiaal toe te voegen zoals siertuinbemesting of potgrond. Aan het eind van het jaar kun je ook nog een laag compost aanbrengen (hoeft niet elk jaar) zodat de grond ook voldoende voedzaam blijft.

Voor sommige plantsoorten is dit niet voldoende, die vragen om meer specifieke voeding, zoals tuinturf. Tuinturf wordt gebruikt voor onder andere Rododendrons Ilex crenata Dark Green (op de productpagina’s staat dit vermeld). Door de tuinturf houdt de bodem beter vast waardoor de planten niet zo makkelijk uitdrogen. Een andere grote groep planten heeft veel belang bij het toevoegen van kalk, dit kun je strooien in de late winter of in de herfst. Soorten die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld de Helleborus, Lavendel en Echinacea.

Planten

Voor het planten is het belangrijk dat u eerst de grond bewerkt zoals hierboven aangegeven, vervolgens kan het echte werk beginnen, het planten!

Hieronder een stappenplan

Aanplanten van bodembedekkers, vaste planten, siergrassen:

  1. Zet de planten uit en verdeel ze zoals je het in gedachte hebt.
  2. Verwijder de potjes, dit kan door ze op zijn kop voorzichtig in je hand leeg te schudden of bij flink gewortelde planten het potje eraf te knippen.
  3. Dompel de plantjes wanneer ze wat droog zijn in een emmer (regen)water.
  4. Maak een plantgat ter grootte van de pot met een schep of spade.
  5. Zet de plant in het gat en zorg dat de plant niet dieper zakt dan de bovenzijde van de pot.
  6. Schuif de grond eromheen in en druk het zand stevig aan.
  7. Bij droogte kun je nog wat extra water geven.

Aanplanten van heesters en klimplanten:

  1. Zet de planten uit en verdeel ze zoals je het in gedachte hebt, zorg dat je de mooie kant aan de zichtkant houdt. Eventueel kun je een koord spannen om ze in een rechte lijn te zetten als ze in een rij komen te staan.
  2. Verwijder de potjes, dit kan door ze op zijn kop voorzichtig in je hand leeg te schudden of bij flink gewortelde planten het potje eraf te knippen.
  3. Dompel de plantjes wanneer ze wat droog zijn in een emmer (regen)water.
  4. Maak een plantgat dubbel zo groot als de pot met een schep of spade.
  5. Vermeng indien aanbevolen aanplantgrond of tuinturf door de grond die uit het plantgat is gekomen.
  6. Zet de plant in het gat en zorg dat de plant niet dieper zakt dan de bovenzijde van de pot.
  7. Schuif de gemengde grond eromheen in en druk het zand stevig aan.
  8. Bij droogte kun je nog wat extra water geven.

Het planten van hagen;

  1. Bepaal de plaats van de haag en span een koord waar de haag langs moet komen.
  2. Steek met een spade langs hert volledige strak gespannen koord recht naar beneden zodat de geul 1 strakke rechte zijde krijgt.
  3. Graaf de geul uit en leg de grond op de rand. Kijk voor de diepte naar de lengte van de wortels van de haagplanten.
  4. Wanneer de wortels droog zijn kun je ze voor het planten nog even dompelen in een emmer (regen)water.
  5. Leg de haagplanten naast de geul aan de zijde van het koord, verdeel ze over de totale lengte.
  6. Strooi eventueel de aanplantgrond uit over de grond die uit de geul is gekomen. Verbruik 10 liter aanplantgrond per strekkende meter.
  7. Houdt de planten 1 voor 1 strak tegen de rechte kant van de sleuf. Let op de verdeling en de diepte. Schuif met de spade een beetje van het grondmengsel tegen de wortels zodat de plant blijft staan. Vul de volledige sleuf zodra je alles hebt geplant en de planten in een nette rechte lijn staan.
  8. Druk de sleuf met je hak goed aan, je kunt de planten nog wat richten door aan de juiste kant aan te drukken.
  9. Knip de overhangende takjes en topjes met een heggenschaar.
  10. Bij droogte kun je nog wat extra water geven.

Onderhoud en navoeding

Zeker in de eerste periode na aanplanten is het belangrijk om de planten goed in de gaten te houden. De planten zijn nog jong en het wortelgestel is nog kwetsbaar voor bijvoorbeeld een langere periode van droogte. Vooral in het groeiseizoen van april tot oktober is het belangrijk om voldoende water te geven. Over de juiste voeding voor de planten kunt u kijken op de productpagina van de desbetreffende plant, zorg dat je altijd voorzichtig bent met de hoeveelheid voeding.

Garantie en kwaliteit

De planten die wij aanbieden zijn van uitstekende kwaliteit, van met zorg geselecteerde kwekers. Alle planten die wij leveren komen vers van de kweker op de dag van verzending, zo krijgt u de mooiste en beste kwaliteit planten! Wij geven op alle door ons geleverde planten 3 maanden aangroeigarantie. Dit houdt in dat u mag verwachten dat de door u gekochte planten bij ons in alle redelijkheid ook functioneren en dus gaan groeien.