2 maanden Groeigarantie

Beoordeeld met een 9,3/10

Gratis levering vanaf €495,-

Kies zelf je bezorgmoment & locatie

0
0
Blog

Inheemse planten: waarom ze beter zijn voor de lokale fauna

Een tuin vol bloemen ziet er voor ons prachtig uit, maar voor een bij of een rups kan diezelfde tuin zo leeg zijn als een lege supermarkt. Steeds meer tuiniers ontdekken daarom inheemse planten: soorten die hier van nature thuishoren en waar onze vogels, bijen en vlinders al duizenden jaren van leven.

Maar waarom werken die inheemse soorten nu zoveel beter dan een exotische bloeier uit het tuincentrum? En moet je dan je hele tuin omgooien? In dit artikel lees je wat inheemse planten precies zijn, waarom ze zo waardevol zijn voor dieren, en met welke soorten je het hele seizoen door voedsel biedt.

Wat zijn inheemse planten precies?

Inheemse planten zijn soorten die hier van nature voorkomen, zonder dat de mens ze ooit heeft geïntroduceerd. Denk aan de gewone margriet in een berm, vingerhoedskruid aan de bosrand of de vlier in een houtwal. Ze horen bij ons landschap, ons klimaat en onze grond.

Dat is meer dan een botanisch weetje. Doordat deze planten hier al duizenden jaren groeien, hebben insecten, vogels en zelfs bodemleven zich er in de loop van de tijd op ingesteld. Plant en dier zijn samen opgegroeid, en dat verschil merk je in je tuin.

Waarom inheemse planten beter zijn voor de lokale fauna

Insecten en planten zijn op elkaar ingespeeld

Veel insecten zijn kieskeuriger dan je zou denken. Een flink deel van onze wilde bijen is gespecialiseerd: die verzamelt stuifmeel van slechts een handvol plantensoorten. Staat die plant er niet, dan heeft zo’n bij simpelweg niets te halen, hoe kleurrijk de rest van de tuin ook bloeit.

Bij uitheemse sierplanten past de vorm van de bloem bovendien vaak niet bij onze insecten. De nectar zit te diep, de bloeitijd valt net verkeerd, of het stuifmeel is voedingsarm. Inheemse planten sluiten wél aan op wat hier rondvliegt.

Rupsen eten niet zomaar elk blad

Dit is misschien wel het grootste verschil. Volwassen vlinders drinken nectar uit van alles, maar hun rupsen zijn extreem kieskeurig: de meeste soorten kunnen alleen leven van een paar specifieke waardplanten waar ze mee zijn geëvolueerd. Een tuin vol nectar zonder waardplanten is voor vlinders dus een restaurant zonder kraamkamer.

En daar hangt veel meer aan vast. Rupsen zijn het hoofdvoedsel van jonge vogels. Een nest jonge koolmezen werkt in de paar weken op het nest duizenden rupsen weg. Geen inheemse planten betekent weinig rupsen, en weinig rupsen betekent uiteindelijk minder vogels in je tuin. Zo simpel is die keten.

Ze bloeien op het juiste moment

Inheemse planten bloeien in hetzelfde ritme als waarin onze insecten actief zijn. Vroege bloeiers staan er precies wanneer de eerste hommelkoninginnen uit hun winterslaap komen, en late bloeiers overbruggen de nazomer wanneer de meeste tuinen al zijn uitgebloeid. Juist die randen van het seizoen zijn vaak het krapst aan voedsel.

Bessen en zaden voor de winter

Inheemse struiken stoppen niet na de bloei. Ze zetten bessen en zaden die vogels in het najaar en de winter door de moeilijkste maanden helpen. Laat uitgebloeide bloemen daarom gerust staan: verdorde zaadstengels zijn winterkost én schuilplaats voor overwinterende insecten.

Let op: gevulde bloemen zijn een valkuil

Een detail dat veel mensen missen. Bij zogeheten gevulde bloemen zijn de meeldraden door veredeling omgevormd tot extra bloemblaadjes. Het resultaat is een voller ogende bloem, maar met nauwelijks stuifmeel en nectar die vrijwel onbereikbaar is. Voor insecten is zo’n bloem vooral decoratie.

Kies voor dieren in de tuin dus liefst enkelbloemige vormen, waarbij je het hart van de bloem gewoon kunt zien. Een mooi voorbeeld is de Gelderse roos: de bekende bolvormige sneeuwbalvorm is steriel en zet geen bessen, terwijl de gewone vorm met platte schermbloemen juist volop insecten trekt en in het najaar rode bessen geeft.

Inheemse planten voor het hele seizoen

Wil je echt verschil maken, kijk dan niet naar losse planten maar naar het seizoen als geheel. Een tuin die van maart tot in november iets te bieden heeft, is veel waardevoller dan een tuin die in juni explodeert en daarna leeg is.

Voorjaar: de eerste happen van het jaar

Vroeg in het jaar is voedsel schaars, terwijl hommelkoninginnen dan juist een nest moeten starten. De bosanemoon is daar ideaal voor: hij bloeit al vanaf maart met witte bloemetjes en doet het uitstekend onder bomen en struiken, waar weinig anders wil groeien. Na de bloei trekt hij zich terug, dus hij zit niets in de weg.

Iets later neemt de Gelderse roos het stokje over met witte schermen in mei en juni. Deze compacte vorm blijft rond een meter, dus hij past ook in een kleinere tuin.

Zomer: het hoogseizoen

De gewone margriet is een van de meest waardevolle nectarplanten die je kunt planten. De open, enkelvoudige bloemen zijn voor werkelijk iedereen bereikbaar: wilde bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen. Hij bloeit vanaf mei door de zomer heen en wordt zo’n 50 tot 70 centimeter hoog.

Op een droge, zonnige plek is duizendblad een aanrader. De platte bloemschermen werken als landingsplatform voor kleine insecten, en de plant heeft nauwelijks water of voeding nodig. Juist op arme, droge grond doet hij het goed.

Heb je een schaduwrijke hoek? Dan is vingerhoedskruid de klassieker. De lange bloemkaarsen zijn precies afgestemd op hommels, die helemaal in de buis kruipen om bij de nectar te komen. Hij bloeit van juni tot in september en groeit van zon tot schaduw.

Wil je ook de vogels bedienen, plant dan een gewone vlier. In juni en juli zit hij vol geurende witte schermen waar bijen en vlinders op afkomen, en daarna volgen de donkere bessen waar merels en lijsters dol op zijn. Hij kan zo’n 2,5 meter worden.

Nazomer en najaar: de vergeten periode

Vanaf september valt in de meeste tuinen het doek, terwijl insecten dan nog volop reserves moeten aanleggen. Precies daarom is struikklimop zo bijzonder: die bloeit pas in september en oktober, wanneer er nauwelijks concurrentie is. Op een zonnige dag zoemt zo’n plant letterlijk van de bijen, wespen en late vlinders.

Daarna komen de zwarte bessen, precies in de winter als vogels het moeilijk hebben. En omdat klimop wintergroen is, biedt hij het hele jaar door schuilplaats en nestgelegenheid. Weinig planten doen zoveel tegelijk.

Inheemse planten vergeleken

Plant Bloeit Hoogte Standplaats Waarde voor dieren
Bosanemoon Maart–mei ~20 cm Zon–halfschaduw Vroege nectar onder bomen
Gelderse roos Mei–juni ~100 cm Zon–halfschaduw Bloem én bessen
Gewone margriet Mei–zomer 50–70 cm Zon–halfschaduw Topnectarplant, open bloem
Duizendblad Juli–augustus Tot 120 cm Zon Landingsplek, droogtebestendig
Vingerhoedskruid Juni–september Tot 120 cm Zon–schaduw Speciaal voor hommels
Gewone vlier Juni–juli ~250 cm Zon–halfschaduw Insecten én vogelbessen
Struikklimop September–oktober ~125 cm Zon–schaduw Late nectar, winterbessen, schuilplaats

Moet dan alles in mijn tuin inheems zijn?

Nee, en dat hoeft ook niet. Veel uitheemse planten zijn prima nectarleveranciers; lavendel bijvoorbeeld staat in de zomer vol met hommels. Een tuin mag gewoon mooi zijn en er is niets mis met een favoriete exoot.

Het punt is de basis. Gebruik inheemse soorten als fundament van je beplanting en vul aan met wat je mooi vindt. Dan heb je zowel de waardplanten voor rupsen als de sierwaarde die je zoekt.

Eén misverstand is het noemen waard: de vlinderstruik heet niet voor niets zo, want vlinders komen er massaal op af. Maar het is geen inheemse plant en er is geen enkele Nederlandse rups die de bladeren eet. Hij voedt dus wel de volwassen vlinders, maar draagt niets bij aan de volgende generatie. Als vlinderstruik de énige “vlinderplant” in je tuin is, mis je de helft van het verhaal.

Zo maak je een start

Je hoeft je tuin niet om te spitten. Met deze stappen kom je al een heel eind:

  • Begin met één border. Vervang een plek waar toch weinig gebeurt door een groepje inheemse vaste planten.
  • Plant in groepen. Zet minimaal drie tot vijf exemplaren van dezelfde soort bij elkaar. Insecten vinden zo’n groep veel makkelijker dan één losse plant.
  • Spreid de bloei. Zorg dat er van maart tot november altijd iets bloeit, met extra aandacht voor het vroege voorjaar en het najaar.
  • Kies enkelbloemig. Kun je het hart van de bloem zien, dan kunnen insecten erbij.
  • Ruim niet te netjes op. Laat zaadstengels en wat bladeren staan tot het voorjaar; daar overwinteren insecten in.
  • Sla de gif- en kunstmest over. Inheemse planten zijn aangepast aan onze grond en hebben weinig nodig.

Veelgestelde vragen over inheemse planten

Wat zijn inheemse planten? +
Inheemse planten zijn soorten die hier van nature voorkomen zonder dat de mens ze heeft geïntroduceerd, zoals de gewone margriet, vingerhoedskruid en de vlier. Onze insecten en vogels zijn er in de loop van duizenden jaren op ingesteld geraakt.
Zijn inheemse planten makkelijker in onderhoud? +
Vaak wel. Ze zijn aangepast aan ons klimaat en onze grondsoorten, waardoor ze meestal minder water en voeding nodig hebben. Duizendblad bloeit bijvoorbeeld juist goed op arme, droge grond.
Welke inheemse plant trekt de meeste bijen? +
De gewone margriet is met zijn open bloemen bereikbaar voor vrijwel elk insect. Struikklimop is minstens zo waardevol, omdat die pas in september en oktober bloeit wanneer er nauwelijks ander voedsel is.
Is vingerhoedskruid giftig? +
Ja, alle delen van vingerhoedskruid zijn giftig bij inname en het plantensap kan de huid irriteren. Draag handschoenen bij het snoeien en kies met jonge kinderen of huisdieren eventueel een andere soort.
Wanneer plant ik inheemse vaste planten het beste? +
Het voorjaar (maart tot mei) en het najaar (september tot oktober) zijn de beste momenten. De grond is dan vochtig en vorstvrij, waardoor planten goed kunnen wortelen voor de zomer of de winter begint.

Klaar om je tuin tot leven te brengen?

Je hoeft geen ecoloog te zijn om verschil te maken. Een paar goed gekozen inheemse planten, verspreid over het seizoen, veranderen je tuin al binnen één jaar in een plek waar het zoemt en fluit. Bekijk het aanbod bij vaste planten en begin met één border; de rest volgt vanzelf.

Gerelateerde blogs Bekijk alle blogs